De vriendenkring van Beatrix
In dit artikel:
Prinses Beatrix omringde zich door de jaren heen met een gevarieerde, trouwe vriendenkring die haar zowel gezelschap als steun bood in publieke én privéperikelen. Haar meest vroege en blijvende vriendschap ontstond tijdens de Tweede Wereldoorlog toen haar moeder Juliana met dochters en vrienden in ballingschap naar Canada ging. Beatrix en Renée Smith‑Röell groeiden in Ottawa als vriendinnetjes op; Renée beschrijft die tijd met: “We waren als zussen.” Na terugkeer in Nederland bleef Renée dicht bij Beatrix: ze verbleef enige tijd op Soestdijk, studeerde later samen met haar in Leiden, was bij haar tijdens ingrijpende gebeurtenissen (zoals het ongeluk van prins Friso in Lech) en is peetmoeder van Willem‑Alexander.
Beatrix’ vriendenkring bestond niet alleen uit aristocraten en hofmensen. Ze zocht ook contact buiten de paleismuren, bijvoorbeeld met biermagnaat Freddy Heineken. Hij was zowel gastheer als vertrouweling: het koningshuis was welkom op zijn jacht en in zijn vakantiehuis in Antibes, en Heineken fungeerde als venster naar hoe gewone Nederlanders over het koningshuis dachten. Ook creatieve banden speelden een rol in haar sociale leven: couturier Sheila de Vries uit de Jordaan werd eind jaren ’90 vaste kleedster van Beatrix; passessies op Huis ten Bosch waren vaak evenzeer gezellige ontmoetingen als werkafspraken.
Leidse studiejaren waren een vruchtbare voedingsbodem voor vriendschappen die Beatrix lang behield. Cabaretier Paul van Vliet was een kameraad met gedeelde interesses (onder meer in molens) en trad bij familiefeesten op. Uit Leiden stammen ook vrouwelijke vertrouwelingen als Miente Stheeman en Martine Labouchere; beiden werden later hofdames en fungeerden jarenlang als klankbord en steunpilaar, ook tijdens Beatrix’ koningschap. Hun vermogen om haar tegen te spreken maakte hen extra waardevol in een omgeving vol bevestigers.
Internationale koninklijke vriendschappen boden herkenning en rouw- en leefruimte. Deense prinses Margrethe, die Beatrix ontmoette in 1954, werd een levenslange vriendin en werd benoemd tot peetmoeder bij de geboorte van een van Beatrix’ zonen. Beatrix liet zich ook in moeilijke periodes vinden door anderen: ze bood gastvrijheid aan de Japanse prinses Masako toen die kampte met een depressie, en onderhield steunende contacten met bijvoorbeeld Farah Diba, de ex‑keizerin van Iran. Britse prins Charles bezocht haar Toscaanse boerenhuisje en zag hoe zij in stilte kon herstellen van koninklijke verplichtingen.
Over alle vriendschappen heen valt op dat Beatrix waarde hechtte aan intimiteit, eerlijkheid en betrouwbaarheid. Ze hield contact met mensen uit uiteenlopende milieus—van Jordaanse couturiers tot café‑ en jachtvrienden—en maakte van gewone ontmoetingen vaak persoonlijke, warme momenten. Die relaties hielpen haar het uitzonderlijke, soms eenzame leven van de monarchie te dragen en bleven tot ver na haar abdicatie in 2013 belangrijk.